gemeentelijk beleid


 

10 Aandachtspunten voor een goed lokaal sociaal beleid

I Financiële mogelijkheden

De decentralisaties in het sociaal domein gaan gepaard met bezuinigingen. Tegelijkertijd zijn er soms extra landelijke geldstromen. Op het terrein van armoedebestrijding ontvangen gemeenten jaarlijks extra middelen (Klijnsma-gelden). De gemeente gebruikt dit om bestaand beleid te intensiveren en nieuw armoedebeleid te initiëren, niet om bezuinigingen op te vangen. Middelen aanwenden voor de doelgroep waarvoor ze bedoeld zijn. Dus de middelen voor het sociaal domein oormerken en traceerbaar houden. Dat geldt ook als resterende middelen overgaan naar een volgend jaar.

II Integrale aanpak

Binnen de drie grote decentralisaties (jeugd, zorg en participatie) moet er integrale aandacht zijn voor armoedebestrijding en ondersteuning van mensen met een te laag inkomen. Specifieke aandacht voor kinderen in armoede en voor sociale uitsluiting / eenzaamheid.Ook schuldhulpverlening (preventie / begeleiding / nazorg) en werkgelegenheid (werkgevers-benadering / arbeidsmarktbeleid ) vereisen een integrale en gecoördineerde aanpak. Afstemming en samenwerking tussen sociale zaken, welzijn en economische zaken.

III Schuldhulpverlening

Er zijn veel partijen op dit terrein actief. Dat bemoeilijkt een integrale aanpak, terwijl burgers daar wel mee geholpen zijn. Belangrijk is dat de gemeente de regisseur is en de kwaliteit van de dienstverlening controleert en de nadruk legt op preventie. Zorg voor een vroegtijdige en laagdrempelige (gemakkelijke, snelle, transparante) toegang tot schuldhulpverlening. Zorg voor brede bekendheid van regelingen en maak gebruik van andere (lokale) organisaties. Bij uitbesteding en samenwerking blijft de gemeente eindverantwoordelijk. Stel kwaliteitseisen en wees kritisch. Dienstverleners moeten klanten vooruit helpen en niet verder in de problemen helpen (door onzorgvuldige bewindvoering). Hanteer niet 110% als norm, maar lever ook maatwerk daarboven.

IV Bewaken van de kwaliteit van de uitvoering

De veranderingen in het sociaal domein stellen eisen aan de houding van burgers, maar ook aan de uitvoeringsorganisaties: het is een cultuuromslag voor iedereen. Er dient aandacht te zijn voor begeleiding van het personeel in deze overgang: mensen inzetten waar ze affiniteit mee hebben.  Daarnaast moet gewaakt worden voor irreële eisen. Niet medisch geschoold personeel kan geen medische indicaties afgeven.Effectieve uitvoering begint bij het centraal stellen van de klant; maatwerk moet geboden worden aan de individuele burger.Voor het voeren van een keukentafelgesprek met optimale opbrengst zijn gesprekstechnieken vereist en de inzet van ervaringsdeskundigheid, bijvoorbeeld van opgeleide vrijwilligers. Uitgangspunt blijft: de cliënt bepaalt en heeft de regie. Enkele trefwoorden voor de omgang met burgers: respectvolle bejegening, gelijkwaardige behandeling, transparantie en rechtvaardigheid.De gemeente heeft een signaalfunctie door het uitdragen van knelpunten zowel lokaal, regionaal als landelijk. De opbrengst van signalen van de Ombudsman worden gebruikt om veranderingen door te voeren in beleid en uitvoering.

V Informatie en communicatie

Door toenemende gemeentelijke taken en bevoegdheden in de uitvoering binnen het sociaal domein neemt de informatiebehoefte van de burger toe. De overheid biedt steeds meer dienstverlening digitaal aan. Toenemende digitalisering maakt de dienstverlening ook kwetsbaar voor storingen. Dat mag geen nadelige gevolgen hebben voor burgers. Toegankelijkheid van de dienstverlening moet gegarandeerd zijn. Naast digitale loketten zijn fysieke loketten zo dicht mogelijk bij de burger noodzakelijk voor persoonlijke contacten. Daarnaast zijn leesbaarheid (klare taal) en beschikbaarheid van informatie voor mensen met een visuele handicap of laaggeletterden punten van permanente aandacht. De bekendheid van gemeentelijke regelingen moet verbeterd worden. Een onafhankelijk informatieadviseur kan een mogelijkheid zijn.

VI Participeren op menselijke maat

De samenleving dient zodanig ingericht te zijn dat iedereen zich nuttig voelt en een zinvolle bijdrage kan leveren aan de samenleving, betaald of onbetaald. De beeldvorming over en de waardering van vrijwilligerswerk behoeft verbetering.Het leveren van een tegenprestatie is gericht op vergroting van perspectief / kwaliteit van leven en staat niet haaks op gelijktijdige of toekomstige re-integratieactiviteiten. Geen schotten tussen de verschillende fasen waarin mensen verkeren.Bij het verrichten van betaald werk hoort een normaal loon. Participatie mag niet leiden tot het verdringen van reguliere banen. Loonwaarde wordt bepaald volgens een landelijk geldend systeem. Om de combinatie van tijdelijke banen en draaideuruitkeringen te voorkomen kan een arbeidspool met tijdelijke banen en seizoenswerk worden ingericht.

VII Ondersteuning van mensen in kwetsbare situaties
Burgers in kwetsbare posities (mensen met een psychische, verstandelijke of lichamelijke beperking en ouderen) worden steeds meer aangesproken op hun eigen kracht en netwerk. Dit kan werken, maar niet iedereen heeft ziekte-inzicht, voldoende eigen kracht en / of een vertrouwd netwerk om op terug te vallen.Waarborg dat juist mensen in kwetsbare posities in geval van nood altijd een beroep kunnen doen op professionele ondersteuning. Zorg voor een goed vangnet van (ambulante) hulp, ondersteuning en opvangvoorzieningen. Zorg voor een sociaal fonds / noodfonds voor schrijnende gevallen! Punt van aandacht voor de gemeente is dat steeds meer burgers afzien van (medische) hulp vanwege een te hoge (financiële) drempel en stapeling van kosten.

VIII Gemeenteraad op afstand

Door de samenhang in het sociaal domein en de regionale opschaling is de rol van de gemeenteraad meer op afstand. Steeds vaker worden gemeente-overstijgende uitgangspunten geformuleerd. De gemeenteraad moet tijdig, al in voorbereidende fase, denken over beoordelingsmomenten hoe de lokale uitgangspunten en de 'couleur locale' in regionale samenwerking worden gewaarborgd. De gemeenteraad blijft verantwoordelijk voor beleid en uitvoering in de eigen gemeente, dus blijft optimale betrokkenheid en democratische controle noodzakelijk.

IX Inspraak van de burger

Hoe toets je als gemeenteraad het lokale en regionale uitvoeringsbeleid aan de belangen en behoeftes van burgers? Door de ontwikkelingen in het sociaal domein zijn nieuwe vormen van inspraak en burgerraadpleging nodig. Goede advisering door een cliëntenraad / adviesraad bevordert de kwaliteit van de uitvoering. Zoek daarbij ook naar contact dichter bij de burger (bv wijkraden). Uitgangspunt is: lokaal organiseren en regionaal afstemmen. Zorg voor goede organisatorische en financiële facilitering van inspraak en cliëntenparticipatie.

X De gemeente geeft het goede voorbeeld

De landelijke overheid vraagt bij de uitvoering van de Participatiewet om garantiebanen en de gemeente geeft daarbij zelf het goede voorbeeld: Transparant, inzichtelijk en meetbaar.Extra aandacht voor het plaatsen van werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt op vacatures. De gemeente neemt internationale verdragen en het VN verdrag voor rechten van de mens met een beperking als basis voor beleid.